Ida Gerhardt Poëzieprijs juryrapport 2020


maart 2020
door: Arjan Peters & Petra Possel

Het waren voor de poëzie vruchtbare jaren, het niveau van de inzendingen voor deze editie van de Ida Gerhardtprijs 2020 was hoog. We waren verrast door de verscheidenheid, maar ook door de tomeloze energie en dynamiek die sprak uit de gedichten. Het was dan ook niet eenvoudig om te kiezen uit een groot aantal mooie bundels, meer dan honderdtwintig inzendingen, uiteindelijk viel de keuze op deze drie:

Bart Moeyaert met Helium (uitgeverij Querido)
Misschien dat het geheim in de jeugd ligt, zoals zo dikwijls. Bart Moeyaert groeide op in een Vlaamse gezin met maar liefst zes grotere broers, en schreef daarover in Broere (2000). Juist in een huis waar altijd leven en bedrijvigheid heersen, kan een talent voor ijlheid en subtiele gevoelens ontspruiten.
Bart Moeyaert heeft inmiddels een zo grote status als jeugdboekenauteur, dat het bescheiden bundeltje met poëzie voor alle leeftijden, dat ook nog naar de naam Helium luistert, bijna in de schaduw van die daverende reputatie is verschenen. Let maar niet op mij. Dit is voor de liefhebbers.
Die liefhebbers concluderen eensgezind: kleine gedichten, grote poëzie. De dichter kijkt een opstel in van vroeger, het verslag van een schoolreisje, 'Wat een dag!' geheten, en merkt op: 'Uit alles sprak dat ik vandaag/ niet te geloven had genoten.// Daar werd ik onlangs treurig van./ Vooral dan door het uitroepteken.'
Zo bondig als deze bundel is, we kunnen niettemin van een ontwikkeling spreken, want tegen het eind verschijnen er licht en lucht in de regels, en een nieuwe liefde die de zwaarte bij de dichter wegneemt. In het slotgedicht herdenkt de dichter zijn vader, die we nog kennen uit Broere, die naar tabak en brillantine rook, en elke avond bij de kleine Bart met zijn duim een kruisje op het voorhoofd drukte. In het slotgedicht, tevens titelgedicht 'Helium', gaat die vader er bijna sluipend vandoor, vederlicht. Dat is voor de zoon een voorbeeld: 'Hij gaf me raad door dood te gaan.'
Alles in en om dit boekje wil niet opvallen. Daar heeft de jury geen gehoor aan gegeven. Helium is een imponerende bundel van een dichter om te koesteren.

Iduna Paalman met De grom uit de hond halen (uitgeverij Querido)
Er zit een mooie tegenstelling in de titel De grom uit de hond halen van Iduna Paalman, omdat je de dreiging van 'hond' en 'grom' gemakkelijk onthoudt, terwijl de titel een recept suggereert dat die grom onklaar maakt.
Dit zet de toon. De dichter, of een 'wij' namens wie de dichter het woord neemt, brengt kalmerende woorden in stelling, vanuit de overtuiging dat de listen en lagen van een onbetrouwbare wereld (zowel binnenshuis, in een relatie, als buitenshuis, op het werk of in de natuur) omzeild kunnen worden of tenietgedaan. Het gevolg is dat we een haarscherp beeld krijgen – precies van die dreigingen.
Een meisje dat met een vioolkist achterop de fiets naar muziekles gaat, wordt doodsbang doordat het moerasachtige gebied waar ze doorheen moet doodstil is, met af en toe een plop vanonder het kroos; een kikker, of een pistoolschot?
Of neem 'Middenberm', een moderne klassieker die opent met: 'Och middenberm ben je niet moe/ van het turen en waken, het verteren/ van wat raast en niet verongelukt?' De dichter oppert dat ze bij de middenberm gaat liggen om daar de 'platgereden katten te eren', en te kijken of de patrijs die nog beweegt gerepareerd kan worden.
Ze vraagt zich af: 'als vrouwen/ minder goed rijden dan mannen, waarom/ sterven er jaarlijks drie keer zoveel/ mannen op de weg?' En zo zitten we meteen weer midden in de onzekerheid, samen met de dichter, op de middenberm, bedacht om het verkeer te reguleren, maar intussen een kerkhof voor dieren.
Een eigen huis, een feest, een partytent, een huwelijk: alles waar Iduna Paalman opgewekt over begint te zingen, heeft keerzijdes, en díe blijven je bij- net als de grom van die hond.
Dit is de eerste bundel van een opzienbarend talent, dat al veel te goed is om nog voorzichtigjes een belofte te heten.

Marieke Lucas Rijneveld met Fantoommerrie (uitgeverij Atlas Contact)
Fantoommerrie scheelt maar één letter van fantoomherrie, tinnitus, oorsuizen dus. Een waarnemen van een voortdurend geluid zonder dat er een geluidsbron is. In de dichtbundel Fantoommerrie van Marieke Lucas Rijneveld, dringt zich - net als een onophoudelijk geluid- steeds een merrie op, een verschijning, een nachtmerrie zo u wilt. Er gaat iets dreigends uit van de gedichten van Marieke Lucas Rijneveld, er ligt iets op de loer: afscheid, ongeluk, de dood, rouw... thema's die in zowel in haar gedichten als proza steeds opduiken. Er gaat een oma dood - 'als een toffee. Haar uitgestrekte armen en benen in elkaar gekruld op bed' - een arme kat komt in de stro-pers van boer Sanders terecht, de stacaravan moet plat, het bed van broer is nog steeds opgemaakt. 'Heel lang niet weten wat te zeggen is nog altijd korter dan er steeds naar moeten zoeken, zes woorden: broer in de grond, kerstboom gerooid'. Of de zinnen uit het gedicht 'Dwang is de dood in een maatpak': 'Zoals vader het houthok bleef bijvullen, ook al waren er meer winters opgestapeld dan hij zou kunnen stoken, zo bleef het in onze hoofden vol raken.' Dit soort zinnen maakt dit werk onontkoombaar. Als een geluid dat steeds tussen je oren suist en maar niet weg wil gaan.
Haar overrompelende debuut Kalfsvlies blijkt geen toevalstreffer. In lange zinnen, gulle beelden en rijke strofen, hoeft deze dichter ogenschijnlijk niet te zoeken naar woorden; zodra ze gaat schrijven, komen de woorden aan gegaloppeerd. In een interview met de Volkskrant vertelde ze over de jonge jaren van een dromerig, getormenteerd jongensmeisje in Zeeland: 'Ik leefde een beetje in de kantlijn'. Dat leven in die kantlijn heeft behalve leed en verdriet ook een dwingend thema aangereikt waarmee Rijneveld - een mensenkind- meer dan een leven lang voort kan.

De Ida Gerhardtprijs 2020 gaat naar een bundel én een dichter die ons heeft verrast en ontroerd, die met taal beelden oproept die we niet, nooit meer kunnen vergeten, die soms lichtvoetig en dan weer ernstig de vinger op de zere plek legt: Fantoommerrie van Marieke Lucas Rijneveld.

Arjan Peters & Petra Possel